Wat zijn vetten

Vet is gezond

We kunnen niet zonder vetten. Elke lichaamsfunctie, van het pompen van het hart tot de communicatie tussen hersencellen, is afhankelijk van de juiste hoeveelheid, het type en de samenstelling van de vetten en vetzuren in de celmembranen. Zo bestaan onze hersenen bijvoorbeeld voor 50 to 60% uit vet!Toch behoren vetten bij het grote publiek tot de categorie ‘meest onbegrepen voedingsstoffen’. Gelooft u ook dat vet ‘slecht’ is voor uw gezondheid? Inmiddels is het bekend dat het type vet dat u eet van grotere invloed is op uw gezondheid dan de hoeveelheid vet.


De functie van vet

Vet geeft ons energie. Het vormt het vetweefsel dat ons lichaam mooie rondingen geeft. Als vetlaag ondersteunt en beschermt het onze organen. En vet onder de huid voorkomt dat de huid uitdroogt. Verlies van vetweefsel is dan ook één van de oorzaken dat onze huid op den duur rimpelig en minder strak wordt. Bovendien hebben bepaalde vitaminen vet nodig om in ons lichaam opgenomen te kunnen worden. Vitaminen A, D, E en K zijn vetoplosbare vitaminen. Een dieet dat te weinig vet bevat, kan op den duur dan ook leiden tot tekorten aan deze vitaminen.


Type vetten

Er zijn drie typen vetten: verzadigd, enkelvoudig onverzadigd en meervoudig onverzadigd. Daarnaast is er een vierde (sub)groep, de transvetzuren, die soms onder de verzadigde en soms onder de onverzadigde vetzuren wordt ingedeeld. De mate waarin de individuele vetzuren in een vet of olie wel of niet verzadigd zijn, bepaalt mede de vloeibare of vaste vorm en dus bij welke temperatuur deze zullen smelten. Zo hebben voedingsmiddelen rijk aan verzadigde vetzuren doorgaans een vaste structuur, terwijl voedingsmiddelen rijk aan onverzadigde vetzuren doorgaans vloeibaar zijn. Vetten en oliën bestaan nooit geheel uit één type vetzuur, maar zijn samengesteld uit een combinatie van zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren.

  • Transvetzuren
  • Verzadigde vetten
  • Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • Meervoudig onverzadigde vetzuren

De waarheid over essentiële vetzuren

Essentiële vetzuren, de naam zegt het al, zijn essentieel voor het functioneren van ons lichaam. Het lichaam maakt deze vetzuren niet zelf aan, maar heeft ze wel nodig. Inmiddels weten we wel dat ze gezond zijn, maar waarom precies, dat is een ander verhaal. En door onwetendheid blijven hardnekkige fabels levendig rondzingen. Daarom zetten we hier tien feiten en fabels op rij.


Vet is ongezond

NIET WAAR!
Vet is gezond, we kunnen zelfs niet zonder. Onze hersenen bestaan bijvoorbeeld voor het grootste gedeelte (50 tot 60%) uit vet. We hebben vet nodig bij de opbouw van cellen en bij het instandhouden van ons immuunsysteem. Vet houdt ons warm, beschermt onze organen en helpt bij het voorkomen van uitdroging van de huid. Niet alle vetten zijn echter gezond. Het type vet dat we eten is dan ook belangrijker dan de hoeveelheid.


Visolie en teunisbloemolie maken dik

NIET WAAR!
De essentiële omega-3- en omega-6-vetzuren in visolie en teunisbloemolie worden door het lichaam voornamelijk gebruikt als bouwstenen van celmembranen, weefsels en gezondheidsregulerende stoffen als prostaglandines. Het zijn dus geen dikmakende energieleveranciers zoals bijvoorbeeld verzadigde vetten.


We krijgen te veel omega 6 binnen

WAAR en NIET WAAR!
In ons Westers voedingspatroon hebben we een overschot aan omega 6 ten opzichte van omega 3. Vooral linolzuur (LA) komt in erg veel voedingsmiddelen voor. Ons ‘omega-6-overschot’ kun je daarom beter definiëren als een linolzuuroverschot. Andere omega-6-vetzuren, zoals GLA, komen daarentegen juist erg weinig voor in onze voeding. Bovendien blijkt uit studies dat, wanneer men veel LA binnenkrijgt, dit juist een remmende werking heeft op de aanmaak van GLA! Met andere woorden, supplementen aangevuld met linolzuur zijn overbodig, maar supplementen met GLA zijn wel zinvol.


Essentiële vetzuren heb je nodig

WAAR!
Essentiële vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren die ons lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Wij kunnen deze vetzuren echter niet zelf aanmaken. Het is dus noodzakelijk dat we zorgen dat we deze vetzuren via voeding (en supplementen) binnen krijgen.


Vet is vet

NIET WAAR!
Het ene vet is het andere niet. Vetten zijn opgebouwd uit verschillende vetzuren. Vetzuren zijn weer onder te verdelen in verschillende typen. Verzadigde vetzuren komen voor in producten van dierlijke oorsprong (uitgezonderd vis) zoals vette vleessoorten, volle zuivelproducten als roomboter, kaas en room en in tropische vetten als palm- en kokosvet. Deze vetzuren doen het bloedcholesterolgehalte stijgen en dienen bij voorkeur in beperkte mate te worden gegeten. Dan zijn er de transvetzuren. Dit zijn van nature onverzadigde vetzuren die door de voedingsindustrie via een chemisch proces kunstmatig verzadigd worden. Transvetzuren komen voor in alles wat we over het algemeen lekker vinden: chips, gebak, croissants, patat, kroketten, koekjes, sauzen, marga rines, bak- en braadvetten, mayonaise... Aan deze dikmakende vetzuren ontleent de term vet haar slechte imago. En dat is jammer, want de andere categorie, de onverzadigde vetzuren, zijn juist goed voor het lichaam. Onverzadigde vetzuren helpen het lichaam. Ze zijn onder te verdelen in enkelvoudig en meervoudige vetzuren. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren komen voor in o.a. olijven, olijfolie en pinda’s. Meervoudige onverzadigde vetzuren zitten o.a. in zaden, teunisbloemolie en vette vis. Met name de meervoudig onverzadigbare vetzuren hebben een positieve invloed op de gezondheid.


Hoe meer verschillende ‘omega’s’ in een product hoe beter

NIET WAAR!
Een goede fabrikant zal alleen datgene in capsules verwerken wat de gezondheid van de consument bevordert. Omega-3-6-9 supplementen bestaan doorgaans uit een combinatie van olijfolie (omega 9), zonnebloemolie (linolzuur; omega 6), teunisbloemolie of borageolie (GLA; omega 6) en visolie of lijnzaadolie (omega 3). Omega-9-vetzuren zijn voor ons niet essentieel, omdat zij veel voorkomen in onze voeding en bovendien door ons lichaam kunnen worden aangemaakt. Aanvulling via supplementen is daarom zinloos. Alleen de omega-3- en omega-6-vetzuren zijn voor ons essentieel.


Als je allergisch bent voor vis mag je wel visolie slikken

WAAR!
Je mag gewoon visolie slikken als je allergisch bent voor vis. Bij voedselallergieën zijn het vrijwel altijd bepaalde eiwitten in het voedingsmiddel waarop men reageert. Uit visoliën van een goede kwaliteit zijn de viseiwitten verwijderd. Maar heb je een visallergie en wil je het 100% zeker weten, breek dan een capsule open en doe een heel klein beetje van de visolie op je lip. Heb je na een halfuurtje hier geen slechte reactie gemerkt, dan kun je de visolie hoogstwaarschijnlijk veilig innemen.


Visolie is een betere bron van omega-3-vetzuren dan lijnzaadolie

WAAR!
Het omega-3-vetzuur ALA dat in lijnzaadolie voorkomt moet namelijk door het lichaam nog worden omgezet in de werkzame omega 3’s, EPA en DHA. Deze omzetting verloopt erg traag en volgens onderzoeken wordt ALA voor maar 2-10% omgezet in EPA en DHA, bij mensen met een optimale gezondheid. Visolie levert EPA en DHA in hun kant-en-klare vorm, waardoor het lichaam ze direct kan gebruiken.


Visolie is hetzelfde als levertraan

NIET WAAR!
Visolie en levertraan verschillen van elkaar in drie belangrijke aspecten: het deel van de vis waaruit zij gewonnen worden, hun samenstelling en zuiverheid. Visolie wordt gewonnen uit het spierweefsel van vette vis. Levertraan wordt juist uit de lever van de vis gewonnen en heeft een andere samenstelling dan visolie. Vislevers bevatten wel een kleine hoeveelheid omega-3-vetzuren maar zijn met name rijk aan vitamines A en D. Daarnaast is het bekend dat levertraan doorgaans met PCB’s, dioxinen en zware metalen zijn verontreinigd. Uit de meeste visolieproducten worden deze milieuverontreinigingen juist met grote zorg verwijderd.


Omega betekent essentieel

NIET WAAR!
Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen iets anders. ‘Omega’ is een term uit de scheikunde en duidt alle onverzadigde vetzuren aan (zowel enkelvoudig als meervoudig). De term ‘essentieel’ houdt in dat wij een bepaalde stof – zoals een vetzuur – moéten hebben om gezond te blijven, terwijl wij deze stof niet of niet voldoende zelf aan kunnen maken. Essentiële vetzuren zijn altijd meervoudig onverzadigd.